vorige pagina

Performantiemeting

Op voorstel van Staatssecretaris Carl Devlies voerde Consultant Deloitte een performantiemeting uit van de verschillende inspectiediensten van de federale overheid. De meting moest uitwijzen of en in hoeverre de inspecties de wetgeving overal in het land op dezelfde wijze toepassen.

De studie van Deloitte bestond uit twee fasen. In een eerste fase, die eind september 2009 werd afgerond, ontwikkelde het bureau een set indicatoren die relevant zijn om de gelijksoortige behandeling van alle geïnspecteerden te meten. De indicatoren laten toe objectieve vergelijkingen te maken op het vlak van efficiëntie en effectiviteit.

De ontwikkelde set indicatoren werd in de eerste fase ook al toegepast op de activiteiten van één inspectiedienst. Dat werden de controle- , de innings- en de invorderingsactiviteiten van de fiscus in de vennootschapsbelasting.

In de tweede fase paste Deloitte de ontwikkelde indicatoren toe op alle andere sociale en fiscale inspecties. Meer concreet ging het om alle operationele diensten van de Federale Overheidsdienst (FOD) Financiën, de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (WASO), de FOD Sociale Zekerheid, de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA), de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid (RSZ), de Sociale Inlichtingen en Opsporingsdienst (SIOD), de Rijksdienst voor de Sociale Verzekeringen der Zelfstandigen (RSVZ) en de Rijksdienst voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering (RIZIV). Het tweede deel van de meting was eind oktober 2010 afgerond.

De performantiemeting toonde onomstotelijk aan dat de ondernemingen en zelfstandigen geenszins gelijk zijn voor de fiscus. In Charleroi bijvoorbeeld heeft een onderneming 10% kans op een beheerscontrole, in Hasselt is dat amper 1 %. In Roeselare heeft een zelfstandige 3,2 procent kans op een grondige controle, in Hoei is dat amper 0,6 procent. Niet alleen de controlekans verschilt, ook de duurtijd van de controles en de resultaten van de controles verschillen.

Het goede nieuws is dan weer dat particulieren en bedrijfsleiders (samen goed voor 93 procent van alle belastingplichtigen in de personenbelasting) wel in grote mate gelijk behandeld worden door de fiscus.

Ook de RSZ, de RVA en de FOD Sociale Zekerheid scoren goed op het vlak van gelijke behandeling. De RSVZ van zijn kant moet meer en beter gaan samenwerken met alle andere actoren die de zelfstandigen controleren. Bij de SIOD leiden de verschillen in werking en visie van de arrondissementscellen tot een ongelijke aanpak van de zwartwerkcontroles. Bij WASO zijn er opvallende verschillen tussen de provincies op het vlak van zowel selectie als uitvoering van de controles. Ook bij het RIZIV is er nog geen gelijke behandeling.

Alle onderzochte FOD's en instellingen zijn intussen bezig met de uitvoering van de aanbevelingen van Deloitte.

Voor de conclusies en aanbevelingen van Deloitte, klik hier.