Discours
Discours à l’occasion de la Réunion Générale de la Fédération Belge des Négociants en Combustibles et Carburants (BRAFCO)
Mijnheer de Voorzitter,
Mijnheer de Algemene Directeur,
Leden van het Directiecomité,
Beste Leden,
Dames en Heren,
Vooreerst mijn hartelijke dank voor Uw uitnodiging om hier op Uw Algemene Vergadering het woord te voeren.
Aangezien de overgrote meerderheid van de leden van de bij Uw Federatie aangesloten beroepsverenigingen zelfstandigen en lokale KMO’s zijn, voel ik me zeer verwant met Uw organisatie. Het zal U wellicht niet onbekend zijn dat de uitdagingen waarvoor U als ondernemer elke dag opnieuw gesteld wordt, mij als parlementslid nauw aan het hart lagen. Ook als Staatssecretaris zal dit een belangrijke bekommernis voor me blijven.
Mijnheer de Voorzitter,
Mijnheer de Algemene Directeur,
Leden van het Directiecomité,
Beste Leden,
Dames en Heren,
Vooreerst mijn hartelijke dank voor Uw uitnodiging om hier op Uw Algemene Vergadering het woord te voeren.
Aangezien de overgrote meerderheid van de leden van de bij Uw Federatie aangesloten beroepsverenigingen zelfstandigen en lokale KMO’s zijn, voel ik me zeer verwant met Uw organisatie. Het zal U wellicht niet onbekend zijn dat de uitdagingen waarvoor U als ondernemer elke dag opnieuw gesteld wordt, mij als parlementslid nauw aan het hart lagen. Ook als Staatssecretaris zal dit een belangrijke bekommernis voor me blijven.
Te dikwijls wordt immers vergeten dat de economische kracht van België op de eerste plaats gevormd wordt door de Kleine en Middelgrote Ondernemingen. In België zijn er immers 797.627 KMO’s tegenover 4.639 grote ondernemingen, met andere woorden 99,42% van onze ondernemingen zijn KMO’s. Zij zorgen in zeer belangrijke mate voor onze welvaart, maar ook zonder hen geen welzijn!
Een beleid dat dit ondernemen aanmoedigt maar dat ook garanties biedt dat eenieder respect voor de spelregels moet opbrengen, dat is de uitdaging waarvoor we staan.
Dit vergt een efficiente overheid die op een evenwichtige wijze dit respect kan afdwingen. Dit is de opdracht die ik als Staatssecretaris belast met de coördinatie van de fraudebestrijding de fraude ter harte zal nemen.
Voor een sector die geconfronteerd wordt met historische records wat betreft olieprijzen – als ik even de nieuwe recordprijs van de huisbrandolie van vandaag 14 mei, namelijk 0,9102 euro/liter, vergelijk met deze van begin 2007, namelijk 0,4942 euro/liter, dan is een verdubbeling zeer dichtbij – is de economische context ontzettend belangrijk. Laten we dus even stilstaan bij de economische vooruitzichten:
Er is duidelijk sprake van een conjunctuursverandering. Onder andere het IMF heeft zijn groeiramingen recent met 0,2% verlaagd. Zij liggen weliswaar traditioneel beneden de consensusramingen van andere internationale instellingen. Maar ook de recente inflatiecijfers zijn zorgwekkend. Deze is in België gestegen van 1,2% in augustus 2007 tot 4,15% in april van dit jaar (4,4% in maart). Het prijsstijgingstempo van de energiedragers en de bewerkte levensmiddelen is op jaarbasis opgelopen tot respectievelijk 20,7% en 8,3% in maart van dit jaar. Deze situatie van groeivertraging en verhoogde inflatie laat zich uiteraard ruimer voelen dan alleen in België.
De economische evolutie vraagt om koelbloedige vastberadenheid, zonder paniekvoetbal.
Naar aanleiding van de stijgende inflatie zijn er zorgen en bedenkingen geformuleerd over het systeem van de automatische indexering van de lonen zoals die door de werkgevers en vakbonden wordt beslist. De spilindex voor het openbaar ambt en sociale uitkeringen is trouwens in de maand april opnieuw overschreden. Ons indexsysteem blijft echter een belangrijke factor van stabiliteit voor de sociaaleconomische verhoudingen in dit land en het inkomensbeleid t.a.v. de werknemers. Dit neemt niet weg dat de zorg om het concurrentievermogen van onze ondernemingen enerzijds en het behoud van de koopkracht anderzijds samen een zeer belangrijke uitdaging vormen.
De regering heeft zich geëngageerd tot bijkomende lastenverlagingen die enerzijds de loonkost van onze bedrijven zullen verlagen en anderzijds het netto-inkomen van onze werknemers gunstig kunnen beïnvloeden.
Een beperkte economische groei heeft repercussies voor onze bedrijven en werknemers, maar ook voor de overheidsfinanciën.
Een beperkte budgettaire ruimte, betekent prioriteiten vastleggen. Dat betekent op een verantwoorde manier, fasegewijs de beperkte beleidsruimte invullen zonder het begrotingsevenwicht in het gedrang te brengen. Dit is een zorg en een verantwoordelijkheid voor alle overheden in dit land.
Over het budgettair luik van het regeerakkoord spreekt men soms in termen van vaagheid en vrijblijvendheid en een gebrek aan vooruitziendheid. Welnu er is niet alleen voor dit jaar een begroting in evenwicht ingediend, maar wij hebben bovendien het engagement aangegaan om vanaf volgend jaar een overschot op te bouwen dat in 2011 minstens 1% van het BBP moet bedragen. De ministerraad van 18 april heeft zich uitgesproken over een nieuw voorstel van stabiliteitsprogramma, waarbij wij onze verantwoordelijkheid voor de komende jaren opnemen en dit traject in concrete cijfers uitwerken. Wie kijkt naar de begrotingsvoorstellen van de buurlanden waarmee we onze loonkostontwikkeling vergelijken, die ziet dat Duitsland een begroting indiende met een beperkt tekort en dat Frankrijk zelfs -2,8% liet optekenen.
We mogen echter niet blind zijn: de budgettaire marge van de federale overheid is zeer beperkt.
In het najaar zullen ook de evaluatie en bijsturing van de Lissabon-doelstellingen in het centrum van de sociaaleconomische actualiteit staan. De prestaties van ons land zijn in het algemeen verdienstelijk, maar duidelijk nog onvoldoende. Dit betekent dat we als overheden, werkgevers en vakbonden bijkomende inspanningen inzake werkgelegenheid, innovatie, duurzame ontwikkeling en sociale samenhang moeten leveren.
Prioritair is uiteraard de concurrentiepositie van onze bedrijven. Naast een verhoogde inspanning inzake onderzoek en ontwikkeling, moeten wij de loonkosten beheersen opdat hun ontwikkeling gunstiger verloopt dan bij onze belangrijkste handelspartners. We moeten onze inspanningen voor vorming verbeteren en er is onevenwicht tussen vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. Wij willen de werkzoekenden beter begeleiden en hun mobiliteit verhogen, maar ook hun zoekgedrag strikter opvolgen.
In dit kader zijn ook de bijkomende stappen in de staatshervorming belangrijk. De herschikking en verbetering van de bevoegdheidsverdeling moeten leiden naar beter bestuur, meer competitiviteit maar ook meer welvaart voor iedereen in dit land.
Dames en heren,
ongetwijfeld is ook het belangrijke vraagstuk over het klimaat- en energiebeleid van belang voor Uw Federatie.
Laat me vooreerst mijn waardering uitspreken voor de inspanningen die ook Uw Federatie levert op dit vlak.
Uw Federatie is immers een belangrijke speler binnen INFORMAZOUT. Ik kan alleen maar de initiatieven toejuichen die leiden naar een zuinig en milieubewust energieverbruik. Of het nu gaat over combinatiemogelijkheden van hoogrendementsketels met stookolie met hernieuwbare energieën, zoals de zon, die bovendien ook leiden naar lagere CO2-uitstoot, of over een succesvolle boomplanting in het Zonienwoud: het bewijst dat Uw Federatie en de sector in het algemeen bereid zijn tot meedenken en – handelen.
Maar ook de Regering zal niet nalaten initiatieven te blijven nemen, gaande van kleinschalige maatregelen, die onmiddellijk voelbaar zijn – zoals bijvoorbeeld het fiscaal voordeel voor het vervangen van een oude stookketel – , tot diepte-investeringen.
Enerzijds diepte-investeringen naar de productie toe: België is de afgelopen jaren een netto-importeur van elektriciteit geworden. We voeren zowat 10% van onze elektriciteit in. Dit is geen goede evolutie en we moeten deze balans terug ombuigen door een betere benutting van de bestaande opportuniteiten. De regering zal nieuwe investeringen in productiecapaciteit verwelkomen en aanmoedigen. Bevoorradingszekerheid, betaalbaarheid en een verminderde CO2-uitstoot zijn zijn hierbij prioritaire doelstellingen en wij moeten zonder taboes durven nadenken over een ideale energiemix.
Wij moeten ook vernieuwend denken: op dit moment vertegenwoordigt hernieuwbare energie een aandeel van 3% op de totale consumptie. Dit betekent een stijging van 50% t.o.v. het aandeel in 2003. Tegen 2010 willen we dit aandeel verdubbelen, tot 6%.
Daarenboven engageert de regering zich in haar regeerakkoord om actief de Europese doelstelling te ondersteunen opdat tegen 2020 20% hernieuwbare energie zou geproduceerd worden.
Enkel met de realisatie van de offshore windparken is dit een haalbare kaart. Met deze parken beogen we tegen 2010 ongeveer 900 MW extra windenergie waarmee een kleine 800.000 gezinnen van stroom voorzien kunnen worden. Maar ook andere, minder zichtbare maatregelen dan de bouw van windmolenparken, dringen zich op. Zo is er bvb de capaciteit van de netten die versterkt moet worden om aan de gewenste toelevering van alternatieve bronnen zoals de warmtekrachtkoppelingcentrales te voldoen.
Dames en heren,
U ziet het dus: de uitdagingen zijn groot maar de missie is duidelijk: we streven naar economische groei doch zonder de houdbaarheid van onze welvaartsstaat te hypothekeren.
Ik heb reeds mijn waardering uitgesproken voor de ondernemingszin die deze Federatie belichaamt.
Het is mijn vaste wil om deze ondernemingszin verder aan te moedigen. Maar het is tevens mijn overtuiging dat een behoorlijke en billijke toepassing van de regelgeving daarbij essentieel is.
Daarom ben ik verheugd met mijn bevoegdheid als Staatssecretaris omdat ik aldus hierin een belangrijke rol kan spelen.
Het is zeker niet mijn intentie om een heksenjacht te ontketenen. Doch nauwgezet toezien dat alle belastingplichtigen en alle rechthebbenden gelijk behandeld worden en dat de fiscale wetgeving en de sociale wetgeving eenvormig worden toegepast is op termijn in eenieders belang .
De heffing en inning van de belastingen en sociale bijdragen enerzijds, en de toekenning en betaling van uitkeringen anderzijds moet in heel het land op een correcte en gelijke wijze gebeuren. Het mag evenwel niet leiden tot administratieve lastenverhoging.
De Ministerraad heeft reeds beslist om een College op te richten dat de directeurs omvat van de sociale, fiscale, politie- en gerechtelijke diensten die betrokken zijn bij de strijd tegen de fiscale en sociale fraude. Het zal werken onder het gezag van een specifiek ministerieel comité. Dit college en dit comité zullen eveneens als opdracht krijgen te waken over de eenvormige toepassing van de ganse regelgeving over heel het grondgebied.
De regering zal ook alle middelen inzetten (bv. datamining en een betere gegevensuitwisseling) opdat voldoende fiscale en sociale controles worden uitgevoerd.
Burgers en bedrijven hebben recht op een efficiënte maar fair controlerende overheid.
Inzake fraudebestrijding past Financiën twee controlesystemen toe.
Enerzijds is er het Parallel Warning System (PWS) met Nederland waarmee de grote leveranciers van minerale oliën spontaan hun leveringen naar België aankondigen.
Daarnaast is er voor alle andere leveranciers en vanuit de andere lidstaten dan Nederland een sluitende controle op basis van het administratief geleide document (AGD) waardoor de goederenbewegingen kunnen opgevolgd worden. Jaarlijks worden er circa 13.000 goederenbewegingen opgevolgd.
Dit heeft ertoe geleid dat het aantal fraudecarrousels sterk teruggedrongen is (van 23 in 2001 tot 0 in 2005 en 2006). In 2007 werden er echter opnieuw 2 ontdekt wat aangeeft dat we waakzaam moeten blijven voor dit fenomeen.
In de toekomst streeft men er naar dit AGD document elektronisch aan te maken zodat de goederenbewegingen nog beter kunnen opgevolgd worden.
In dit verband wil ik dan ook mij grote waardering uitspreken voor het initiatief van Uw Federatie om al de leden een ethische code inclusief kwaliteitscharter te laten onderschrijven.
Fraudebestrijding start immers met een goede “code of conduct”, de correcte “state of mind”.
Slechts wanneer ethische principes vanuit de basis aangebracht en gedragen worden en dus als normaal beschouwd worden, kunnen we succesvol zijn bij fraudebestrijding.
Uw Federatie heeft hiermede een lovenswaardig initiatief genomen dat navolging verdient.
Maar ook de nauwe samenwerking met Uw sector en Federatie bij de opzet en de uitbreiding, in januari laatstleden, van het Sociaal Verwarmingsfonds wil ik niet onvermeld laten.
Ik wil U van harte danken dat de overheid en de Regering voor haar initiatieven op Uw steun kan rekenen, in het verleden en hopelijk ook in de toekomst.
Ik ben ervan overtuigd dat U op de ingeslagen weg wil verdergaan. U kan daar ook op mijn steun voor rekenen.
Hartelijk dank voor Uw aandacht.
Carl Devlies.


